Vier levenswetten Bert Hellinger
Bert (Anton Suibert) Hellinger (1925-2019) was een Duitse filosoof, theoloog, psychotherapeut en priester. Hij verwierf bekendheid als grondlegger van familieopstellingen. Hij leerde mij dat er vier systemische levenswetten zijn, die bepalend zijn voor de dynamiek binnen families, organisaties, relaties en andere systemen. Deze wetten spelen een belangrijke rol in hoe mensen zich verhouden tot hun omgeving en familieleden. Deze wetten voorspellen waar de problemen zullen/kunnen ontstaan. Hier is een korte uitleg van elk van de vier wetten:
- Erkennen wat er is:
Deze wet draait om het accepteren en erkennen van de werkelijkheid zoals die is. Dit betekent dat we de feiten, zowel de mooie als de moeilijke, de lichte als de donkere, onder ogen moeten zien. Het negeren of ontkennen van bepaalde zaken in het systeem, zoals pijn, verlies of onverwerkte emoties, kan leiden tot verstoringen en disbalans. - Erbij horen:
Deze wet gaat over het besef dat iedereen een plek heeft in het systeem en recht heeft om erbij te horen. Dit betekent dat we ons verbonden voelen met onze familie en het systeem waartoe we behoren, zonder te worden uitgesloten of geïsoleerd. Wanneer iemand wordt uitgesloten, heeft dit schadelijke gevolgen voor het hele systeem. - Balans van geven en nemen:
Deze wet gaat over de balans in relaties. In gezonde relaties is er een gelijkwaardige uitwisseling van geven en ontvangen. Wanneer er te veel geven of te veel nemen is, ontstaat er disbalans, wat uiteindelijke leidt tot gevoelens van onvrede of onrecht. - De juiste plek innemen:
Deze wet gaat over het vinden van je eigen plek binnen het systeem. Dit betekent dat je je eigen rol en positie moet aanvaarden, in plaats van de rol van een ander in te nemen of jezelf boven of onder anderen te plaatsen. Het respecteren van de hiërarchie en de plaats die iedereen in het systeem inneemt, draagt bij aan een gezonde dynamiek.
Deze levenswetten bieden een raamwerk om te begrijpen hoe mensen en families functioneren en hoe je disbalans kunt herstellen. Ze worden vaak toegepast in therapeutische settings om systemische problemen te verhelderen en op te lossen.
Bijbels perspectief
Deze vier levenswetten van Bert Hellinger zie ik ook in de Bijbel terug. Deze levenswetten kunnen vanuit bijbels perspectief onderbouwd worden, zowel door specifieke bijbelteksten als door bredere bijbelse patronen. De Bijbel spreekt vaak over relaties, familie en het belang van het erkennen van bepaalde principes die lijken op de systemische wetten van Hellinger. Hieronder geef ik een uitleg per wet, ondersteund door bijbelse principes en teksten.
1. Erkennen wat er is (Accepteren van de werkelijkheid)
In de Bijbel wordt het principe van het erkennen van de werkelijkheid en het omgaan met de waarheid op verschillende manieren benadrukt. Het is belangrijk om de realiteit te onderkennen, zelfs als die pijnlijk of moeilijk is.
Bijbelteksten:
- Johannes 8:32:
“En u zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken.” Het erkennen van de waarheid, hoe moeilijk die ook is, leidt tot bevrijding en genezing. - Psalm 51:17:
“De offeranden van God zijn een gebroken geest; een gebroken en verbrijzelde hart zult u, o God, niet verachten.” Dit vers benadrukt het belang van het erkennen van onze zonden en gebrokenheid voor God, wat leidt tot herstel. - 1 Johannes 1:9:
“Als wij onze zonden belijden, is Hij trouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.” Het erkennen van onze fouten en zonden is de weg naar vergeving en genezing.
Bijbelse patronen:
- Het verhaal van David en Bathseba (2 Samuel 12) laat zien hoe David uiteindelijk zijn zonden erkende en zijn verantwoordelijkheid nam, wat leidde tot Gods herstel in zijn leven, ondanks de pijn van de situatie.
- De profeten (zoals Jesaja en Jeremia) kwamen vaak om de waarheid van de situatie te verkondigen, ongeacht hoe onpopulair dat was, en vroegen het volk om hun zonden te erkennen en terug te keren naar God.
2. Erbij horen (Het belang van verbinding en gemeenschap)
De Bijbel benadrukt sterk het belang van erbij horen, van verbondenheid met God en met anderen, vooral binnen de gemeenschap van gelovigen. Erbij horen betekent een gedeelde identiteit en verantwoordelijkheid.
Bijbelteksten:
- 1 Korintiërs 12:12-13:
“Want zoals het lichaam één is en vele leden heeft, en al de leden van het lichaam, hoewel ze vele zijn, één lichaam zijn, zo is het ook met Christus. Want wij allen zijn door één Geest gedoopt tot één lichaam.” - Romeinen 12:5: “
Zo zijn wij, hoewel velen, één lichaam in Christus, en ieder afzonderlijk leden van elkaar.” - Efeziërs 2:19-22: “
U bent dan niet meer vreemden en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God.”
Bijbelse patronen:
- De twaalf stammen van Israël vertegenwoordigen het idee van erbij horen binnen het volk van God. Iedereen had zijn eigen rol en plaats binnen het geheel.
- Het lichaam van Christus in het Nieuwe Testament is een duidelijk voorbeeld van hoe elk lid belangrijk is en een bijdrage levert aan het geheel, wat vergelijkbaar is met de wet van erbij horen.
- Jezus spreekt ook over de gemeenschap van gelovigen als Zijn lichaam, waarin iedereen een essentiële rol speelt (Matteüs 18:20).
3. Balans van geven en nemen (De juiste verhouding in relaties)
De Bijbel leert ons dat relaties gebaseerd moeten zijn op liefde, respect en wederzijds geven en ontvangen. Het gaat hierbij niet om een mechanische ruil van materiële zaken, maar om een geestelijke en emotionele balans waarin we elkaar ondersteunen zonder onszelf boven of onder de ander te plaatsen. Dit evenwicht is essentieel voor harmonie, vreugde en echte verbondenheid in relaties.
Bijbelteksten:
- Handelingen 20:35: “In alles heb ik u getoond dat, door zo te werken, men de zwakken moet steunen en de woorden van de Heer Jezus moet gedenken, die gezegd heeft: ‘Er is meer vreugde in geven dan in ontvangen.'”
De relatie tussen ouder en kind is een voorbeeld van de dynamiek tussen sterken en zwakken. Maar als volwassenen staan we in relaties als gelijken, waar geven en ontvangen in balans is. In deze balans erkennen we de waarde van anderen, zonder onszelf te verheffen of ons te verlagen. - Lukas 6:38: “Geef, en u zal gegeven worden; een goede maat, aangedrukt, geschud en overlopend zal men in uw schoot geven. Want met de maat waarmee u meet, zal met de maat waarmee u gemeten wordt, weer aan u gegeven worden.”De “goede maat” is die maat die past bij onze gaven, talenten en mogelijkheden. We worden opgeroepen om eerlijk te zijn in onze handelingen en niet meer te geven of te ontvangen dan wat juist en passend is voor ons en anderen. Het gaat niet om grotere gaven of meer ontvangen, maar om de juiste houding en oprechtheid in relaties.
- Galaten 6:7: “Dwaal niet, God laat zich niet bespotten, want wat een mens zaait, zal hij ook oogsten.”
Dit vers benadrukt de wederkerigheid in het leven: wat we in relaties geven, komt op de een of andere manier weer terug. Dit is een universeel principe van eerlijkheid en integriteit, waarbij we de juiste balans zoeken in onze daden en interacties.
Bijbelse patronen:
- Het principe van geven en ontvangen wordt duidelijk in de wet van de oogst (Galaten 6:7-9), die ook al in het Oude Testament (bijvoorbeeld in Leviticus 19:9-10) aanwezig is. Wat we geven aan anderen, zal uiteindelijk op een of andere manier weer naar ons terugkeren, maar niet noodzakelijkerwijs op dezelfde manier. De focus ligt niet op ruil of winst, maar op de gerechtigheid en liefde die we in onze relaties tonen.
- Jezus’ geboden over liefde en het dienen van anderen (Johannes 13:34-35) benadrukken het evenwicht van geven en ontvangen. Het gaat er niet om dat we steeds iets terugkrijgen voor wat we geven, maar dat we in liefde en nederigheid dienen, zonder onszelf boven anderen te stellen.
- De wet van de liefde is het centrale thema: het grootste gebod is God liefhebben, en het tweede is je naaste liefhebben als jezelf (Matteüs 22:37-40). Dit gebod laat zien dat in het onderhouden van relaties, het evenwicht van geven en ontvangen vanzelf ontstaat wanneer we ons richten op onvoorwaardelijke liefde en respect voor elkaar, zonder onszelf beter of slechter voor te doen dan we werkelijk zijn.
De balans komt niet alleen uit wat we materieel geven of ontvangen, maar uit de manier waarop we elkaar behandelen, in liefde, respect en dienstbaarheid. Dit leidt tot de ware harmonie in relaties, zowel in het systemische perspectief van Hellinger als vanuit het bijbelse principe van onvoorwaardelijke liefde en zorg voor anderen.
4. De juiste plek innemen (Je eigen plaats vinden in het grotere geheel)
In de Bijbel wordt het belang van het vinden van je eigen plek, het erkennen van je rol en het respecteren van Gods plan voor jouw leven vaak benadrukt.
Bijbelteksten:
- Romeinen 12:4-5:
“Want zoals wij in één lichaam vele leden hebben, en de leden niet allemaal dezelfde functie hebben, zo zijn wij, de velen, één lichaam in Christus, maar ieder afzonderlijk leden van elkaar.” - 1 Korintiërs 12:18:
“Maar nu heeft God de leden in het lichaam geplaatst, ieder zoals Hij gewild heeft.” - Mattheüs 20:26-28:
“Wie onder jullie groot wil zijn, moet uw dienaar zijn, en wie onder jullie de eerste wil zijn, moet uw slaaf zijn.”
Bijbelse patronen:
- David neemt zijn juiste plek in, niet als koning voor zijn tijd, maar als herder die trouw zijn taken uitvoert (1 Samuel 16). Zijn geduld en trouw aan zijn plek werden beloond door God.
- De apostelen (zoals Paulus en Petrus) gaven het voorbeeld van het innemen van hun juiste plek in het werk van het evangelie, wetende dat hun werk essentieel was, maar dat ieder zijn eigen rol had (1 Korintiërs 12).
- Jezus zelf nam Zijn juiste plaats in als dienaar, niet als een heerser volgens menselijke maatstaven, maar als een dienaar voor anderen (Filippenzen 2:5-8).
De systemische levenswetten van Hellinger zijn goed te onderbouwen met Bijbelse principes. De Bijbel benadrukt vaak de waarde van het erkennen van de waarheid, verbondenheid met anderen, de balans van geven en nemen, en het vinden van je eigen plek in de gemeenschap. Elk van deze principes kan helpen om gezonde relaties en een leven in harmonie met God en anderen te bevorderen.
Nog meer onderbouwing
De geslachtsregisters in de Bijbel en de herhaalde verhalen spelen een belangrijke rol in het benadrukken van de systemische principes die we eerder besproken hebben. Ze illustreren niet alleen het belang van erbij horen, maar ook van de juiste plek innemen, erkennen wat er is, en zelfs de balans van geven en nemen.
1. De Geslachtsregisters in de Bijbel
De Bijbel bevat veel geslachtsregisters, vooral in het Oude Testament, maar ook in het Nieuwe Testament, zoals in de evangelies van Mattheüs en Lucas. Deze geslachtsregisters benoemen mensen, generaties, en relaties, waardoor geen enkele persoon buiten het grotere verhaal wordt gelaten. Het benoemen van ieders plaats in de geschiedenis en in Gods plan onderstreept het idee van erbij horen en het belang van het nemen van de juiste plek.
Bijbelse voorbeelden van geslachtsregisters:
- Genesis 5 en 10 bevatten gedetailleerde geslachtsregisters van de nakomelingen van Adam tot de tijd van Noach en daarna. Deze registers benadrukken de verbinding tussen generaties en de lijn die leidt naar de vervulling van Gods beloften aan de mensheid. Alles wordt erkend. Niets wordt verzwegen.
- 1 Kronieken 1-9 bevat uitgebreide geslachtsregisters die het belang van elk individu in de grotere context van Israël benadrukken. Geen persoon of stam wordt vergeten, wat het idee van verbondenheid in Gods plan versterkt.
- Mattheüs 1:1-17 en Lucas 3:23-38 bevatten de geslachtsregisters van Jezus, die niet alleen Jezus’ menselijke afkomst benadrukken, maar ook de verbondenheid van Jezus met de hele geschiedenis van Israël en de belofte van de Messias.Alles wordt erkend. Niets wordt verzwegen.
Bijbelse patronen:
- De geslachtsregisters tonen het belang van elk individu in Gods plan. In een systemisch perspectief betekent dit dat iedereen zijn of haar plaats heeft in het grotere geheel, en geen enkele generatie of persoon buiten dat plan valt. In die zin herinnert de Bijbel ons eraan dat ieder van ons een unieke plaats en rol heeft in het grotere systeem van Gods werk op aarde.
- Onvolmaaktheid en zonden in de geslachtsregisters:
Het is opmerkelijk dat de Bijbel in de geslachtsregisters niet alleen de positieve aspecten van de levens van mensen laat zien, maar ook hun zonden en misstappen erkent. Dit maakt duidelijk dat zelfs de gebrokenheid en falen van mensen niet buiten Gods grotere plan valt. Enkele voorbeelden van minder fraaie gebeurtenissen in de geslachtsregisters zijn:- Kain en Abel (Genesis 4): Kain, de oudste zoon van Adam en Eva, pleegde de moord op zijn broer Abel uit jaloezie. Deze daad van geweld wordt niet verzwegen, maar is een onderdeel van de geschiedenis die leidt naar Gods plan voor de mensheid.
- Tamar (Genesis 38): Tamar, de schoondochter van Juda, werd gedwongen om haar schoonvader te bedriegen om een erfgenaam te krijgen na het overlijden van haar man. Dit verhaal van overspel en bedrog is opgenomen in de geslachtsregisters van Jezus, zoals vermeld in Mattheüs 1:3.
- Bathseba (2 Samuël 11-12): De affaire van koning David met Bathseba, die leidde tot de moord op haar man Uria, wordt niet weggelaten uit de genealogie van Jezus. David’s zonde wordt erkend, maar God werkt door deze gebrokenheid heen, en Bathseba zelf is een voorouder van Jezus.
- Rahab (Jozua 2): Rahab was een prostituee in Jericho die de Israëlische spionnen verborg en hen hielp ontsnappen. Hoewel haar beroep op het eerste gezicht onwaardig lijkt, wordt ze genoemd in de geslachtsregisters van Mattheüs 1:5, waar ze de moeder wordt van Boaz en een voorouder van koning David.
- Ruth (Ruth 1-4): Ruth, een Moabitische vrouw, was de overgrootmoeder van koning David. Haar verhaal omvat verlies, verdriet en haar niet-Joodse achtergrond, maar God gebruikte haar trouw om een deel te zijn van de lijn van de Messias.
2. Herhaling van Verhalen in de Bijbel
In de Bijbel worden bepaalde verhalen vaak herhaald, vaak met variaties, verschillende details of extra nadruk in verschillende boeken. Dit heeft niet alleen te maken met het herhalen van belangrijke lessen, maar ook met het erkennen van wat er is en het in balans brengen van de geschiedenis. Het vraagt dus van ons om het hele plaatje van onze eigen geschiedenis en waar we vandaan komen (voorgeslacht) taal en erkenning te geven.
Voorbeelden van herhaalde verhalen:
- De zonden van Israël: Het verhaal van het gouden kalf in Exodus 32 wordt in verschillende delen van de Bijbel herhaald (bijvoorbeeld in Deuteronomium 9:16-21). Dit is een belangrijke les over de neiging van het volk om zich van God af te wenden, maar ook over de noodzaak om de waarheid te erkennen en verantwoordelijkheid te nemen voor zonden.
- De zonden van koning David: Het verhaal van David en Bathseba wordt herhaald in 2 Samuel 11, maar ook in de psalmen en in het boek 1 Kronieken (waaruit blijkt hoe belangrijk deze gebeurtenis was voor het verder begrijpen van David’s leiderschap en zijn relatie met God).
- De roeping van de profeten: Het verhaal van de roeping van profeten, zoals Jeremia, Jesaja en Ezechiël, wordt in veel gevallen opnieuw gepresenteerd met variaties, maar het patroon blijft hetzelfde: God roept Zijn dienaren, vaak tegen de stroom in, om de waarheid te spreken, zelfs als het onpopulair is. Dit toont de strijd om te erkennen wat er is (de ontrouw van het volk), maar ook de betekenis van het accepteren van de roeping en het innemen van de juiste plek.
Bijbelse patronen:
- De herhaling van bepaalde verhalen, vooral die van zonde, bekering en herstel, benadrukt de menselijke neiging om in oude patronen vast te zitten, maar ook de mogelijkheid van herstel en vergeving. Dit benadrukt het herkennen van de waarheid, het nemen van verantwoordelijkheid, en het herstellen van de balans.
- Het herhaaldelijk terugkomen op de zonden van Israël in boeken als Richteren, 1 en 2 Koningen, en de profeten toont hoe het volk telkens weer uit balans raakte, maar ook hoe Gods genade hen telkens weer riep om zich te bekeren en terug te keren naar hun juiste plek in het verbond.
3. Herkenning van de Verhalen en de Systemische Wetten
Het idee van herhaling en de geslachtsregisters helpt ons ook om te zien hoe het systeem van relaties en familie in de Bijbel werkt. Elk verhaal is een stukje van een groter geheel, en de geschiedenis van Israël is een systemisch verhaal van zonden, herstel, oordeel, en genade.
- Erkennen wat er is: Het volk Israël moet vaak de werkelijkheid van hun situatie onder ogen zien. Dit is een thema in veel van de profetieën en de herhalende verhalen van verraad en terugkeer naar God.
- Erbij horen: De geslachtsregisters en het idee van het verbond benadrukken de noodzaak van verbondenheid. Het volk Israël is gekozen als een volk, en dat is een onbreekbare identiteit, zelfs als ze zich vaak van God afwenden. Het principe van “erbij horen” wordt in de Bijbel versterkt door de verhalen van genezing en terugkeer naar het huis van God.
- Balans van geven en nemen: In het idee van het verbond tussen God en Zijn volk, en later tussen Christus en Zijn volgelingen, zien we dat het geven en nemen centraal staat. Gods beloften zijn niet eenzijdig; ze vragen om trouw en gehoorzaamheid van het volk. Het herstel van Israël na de ballingschap is een prachtig voorbeeld van de balans van geven en nemen, waarbij God vergeving aanbiedt, maar ook verwacht dat het volk zich bekeert en zijn rol als Zijn getuigen op aarde aanneemt.
- De juist plek innemen – zie de volgende alinea
4. De Juiste Plek Innemen
Het principe van het innemen van de juiste plek gaat over het erkennen van je eigen rol en positie binnen je gezin van herkomst, maar ook binnen een groter geheel, en het respecteren van de hiërarchie die daarin bestaat, op je werk en in de kerk. In de Bijbel wordt dit idee herhaaldelijk benadrukt, zowel in het persoonlijke als in het gemeenschappelijke leven van mensen, alsook in hun relatie met God.
In de bijbel zie je dat Kinderen niet hun juiste plek innemen in hun gezin van herkomst met alle gevolgen van dien:
- Jozef en zijn broers (Genesis 37-45):
Jozef, de favoriete zoon van Jakob, kreeg van zijn vader een kleurrijke mantel, wat de jaloezie van zijn broers opwekte. Jozef begreep niet helemaal het belang van nederigheid binnen het gezin en vertelde zijn broers over zijn dromen waarin hij boven hen stond. Zijn broers, die al in hun eigen gevoelens van onrecht zaten, verwerpen Jozef uiteindelijk en verkopen hem als slaaf. Dit conflict had grote gevolgen voor hun familie en leidde uiteindelijk tot een tijd van verzoening en herstel, maar het laat zien hoe het niet innemen van je juiste plek in het gezin kan leiden tot chaos en verdriet. - Esau en Jakob (Genesis 25-27):
Esau, de oudste zoon van Isaak, had zijn recht van eerstgeboorte, maar hij verachtte dit recht door het in ruil te geven voor een maaltijd. Jakob, die later de naam Israël kreeg, was niet eerlijk in het verkrijgen van de zegen van zijn vader Isaak door zich voor te doen als zijn broer Esau. Dit leidde tot conflict en een scheiding in de familie. Beide broers kwamen later tot verzoening, maar het niet innemen van hun juiste plek leidde tot grote spanningen en verdeeldheid in de familie. - Absalom en David (2 Samuel 13-18):
Absalom, de zoon van koning David, was gefrustreerd over het feit dat hij niet zijn plaats innam als de rechtmatige opvolger van zijn vader. Hij werd jaloers op de macht en het gezag van David en probeerde hem omver te werpen door een opstand te organiseren. Deze situatie leidde tot bloedvergieten en verdriet binnen de familie van David. Het toont aan hoe het niet vinden van je plek binnen de familie, en het niet respecteren van gezag, kan leiden tot destructieve gevolgen.
Andere Bijbelse voorbeelden van het innemen van de juiste plek:
- David als koning: David was een man naar Gods hart, maar hij moest eerst zijn juiste plek innemen als herder en als dienaar, voordat hij koning werd. Dit werd niet onmiddellijk duidelijk, en hij moest geduldig wachten op Gods tijd (1 Samuel 16). Wanneer David eindelijk koning werd, nam hij zijn plek in het koninklijke systeem en leidde Israël, ondanks zijn tekortkomingen. Dit illustreert het idee van de juiste plek innemen, waarin David niet eerst zijn eigen ambities volgde, maar God leidde hem naar zijn plaats in het grotere plan.
- Jezus als dienaar: Jezus, de Zoon van God, nam de juiste plek in door zijn rol als dienaar te omarmen. Jezus geeft een ultiem voorbeeld van de juiste plek innemen door de weg van nederigheid en dienstbaarheid te kiezen tegen alles in, wat andere mensen van hem vonden, wat andere mensen over hem dachten, zelfs tot in de dood. Dit patroon van dienende leiderschap en het vinden van de juiste plek binnen Gods plan is essentieel in de christelijke roeping.
- De discipelen: De discipelen moesten leren om hun juiste plek in de gemeenschap van gelovigen in te nemen. Jezus onderwees hen herhaaldelijk dat ware grootheid niet wordt gevonden in machtsposities, maar in het dienen van anderen (Markus 10:42-45), vanuit gelijkwaardigheid. Ze werden geroepen om hun plaats te vinden in het Koninkrijk van God, en dit werd opnieuw duidelijk na de opstanding van Jezus, toen ze het evangelie naar de wereld moesten brengen (Handelingen 1:8).
- De apostelen in de vroege kerk: In Handelingen 6 wordt beschreven hoe de vroege kerk een probleem had met de verdeling van de dagelijkse zorg voor weduwen. De apostelen beslisten dat zij zich moesten concentreren op het gebed en de verkondiging van het woord, terwijl anderen de zorg voor de weduwen op zich zouden nemen. Dit voorbeeld toont aan hoe de juiste plek innemen een kwestie is van het herkennen van de specifieke roeping en het respecteren van ieders rol binnen de gemeenschap.
Bijbelse patronen van het innemen van de juiste plek:
- In de bijbel wordt zichtbaar dat kinderen niet de juiste plek innemen met alle gevolgen vandien, omdat de één zich beter voelde dan de andere.
- Het principe van roeping: In de Bijbel heeft God voor ieder individu een specifieke roeping, een plaats in Zijn plan. Het innemen van de juiste plek is dus altijd verbonden met het begrijpen van je roeping en de rol die je hebt in Gods plan. Dit geldt voor profeten, koningen, discipelen en zelfs gewone gelovigen. Bijvoorbeeld, de profeet Jeremia moest zijn rol als boodschapper van God accepteren, ondanks dat hij zich niet bekwaam voelde voor de taak (Jeremia 1:6-10).
- De rol van de levieten en priesters: In het Oude Testament had elk van de stammen van Israël een specifieke plaats en taak binnen de samenleving. De Levieten en priesters hadden de taak om de eredienst te verzorgen, terwijl de andere stammen hun eigen taken hadden (zoals oorlogvoering of landbouw). Elke stam moest zijn juiste plek innemen in het grotere systeem van het volk Israël, wat symbool staat voor de balans in het systeem waarin iedereen een bijdrage levert, maar in verschillende rollen.
- Het lichaam van Christus: In 1 Korintiërs 12:12-27 beschrijft Paulus de kerk als het lichaam van Christus, waarin elke gelovige een unieke en noodzakelijke rol speelt. Elke gelovige heeft een juiste plek binnen het lichaam van Christus, en dit moet gerespecteerd worden. Het ene lid van het lichaam is niet belangrijker dan het andere, maar elk heeft zijn specifieke functie. Dit is een krachtig beeld van hoe het innemen van de juiste plek niet betekent dat iemand minder belangrijk is, maar dat iedereen nodig is in het geheel.
Conclusie
De herhaalde verhalen en de geslachtsregisters in de Bijbel versterken de systemische levenswetten van Hellinger. Ze helpen ons te begrijpen dat iedereen zijn of haar plaats heeft in een groter geheel, dat er een constante behoefte is aan het erkennen van de waarheid en de balans in relaties, en dat het Gods bedoeling is om genezing, herstel en verbondenheid te brengen in Zijn volk. De Bijbel maakt duidelijk dat niemand buiten het grotere verhaal valt, en dat God de geschiedenis en de mensen steeds weer roept om hun juiste plek in te nemen.
De vierde wet van Hellinger, de juiste plek innemen, wordt in de Bijbel op verschillende manieren uitgedrukt. Het is niet alleen een kwestie van de juiste plaats vinden in de hiërarchie of het grotere geheel, maar het gaat erom dat we onze roeping en rol erkennen en trouw zijn aan de taak die God ons geeft. Zowel in het oude Israël als in de vroege christelijke gemeenschap werd de juiste plek innemen gezien als een essentieel principe voor harmonie, balans en de vervulling van Gods plan.
In de context van de systemische levenswetten van Hellinger sluit ook deze wet dus goed aan bij het bijbelse idee dat iedereen een waardevolle plaats heeft in het grotere geheel van Gods werken, en dat het belangrijk is om die plek met nederigheid en trouw in te nemen.