Geloof je het zelf?
De Verwarring Tussen Theologie en Psychologie: Het Goddelijke als Projectie van Ouderlijk Gemis
In mijn praktijk zie ik veel verwarring van de theologie en psychologie, van geloof in God en de menselijke pijn die geprojecteerd wordt.
De menselijke ervaring is vaak een mix van verlangen, verlies en onbewuste invloeden, die zich manifesteren in de manier waarop we naar onszelf, anderen en de wereld om ons heen kijken. In veel gevallen worden onze diepste verlangens en onvervulde behoeften geprojecteerd op hogere, transcendente wezens. Theologie, de studie van God en het goddelijke, en psychologie, de wetenschap van de menselijke ziel, kunnen elkaar kruisen op manieren die zowel verhelderend als verontrustend zijn. In dit artikel onderzoeken we de verwarring die kan ontstaan wanneer theologische concepten zoals God de Vader, God de Zoon en God de Geest worden geïnterpreteerd als projecties van onverwerkte psychologische kwesties, in het bijzonder van de relatie tussen ouder en kind.
De Theologische Drie-eenheid als Psychologische Projecties
In veel christelijke tradities wordt God begrepen als een drie-eenheid: God de Vader, God de Zoon, en God de Heilige Geest. Deze drie figuren zijn diep verweven met het menselijke begrip van het goddelijke, maar het is mogelijk om ze ook te zien als projecties van onverwerkte emoties en verlangens die voortkomen uit de interacties met ouders, vooral de vader, de moeder en de vroege jeugdervaringen.

God de Vader: De Projectie van de Eigen Vader
In veel gevallen wordt God de Vader opgevat als een krachtige, beschermende en vaak ook autoritaire figuur die liefde, discipline en richting biedt. Voor veel mensen kan de figuur van God de Vader echter onbewust worden gevormd door hun eigen ervaringen met hun vader of vaderfiguur. Als een vader liefdevol en zorgzaam was, kan dit de manier zijn waarop iemand God de Vader ervaart. Maar als de vader afstandelijk, onbereikbaar of zelfs schadelijk was, kan God de Vader onbewust worden gepresenteerd als een projectie van diezelfde afwezigheid of pijn. God de Vader wordt dan niet langer een transcendente entiteit, maar een figuur die de leegtes en verwarringen weerspiegelt die in de vroege jaren van het leven zijn ontstaan.
Een persoon die bijvoorbeeld een vader had die emotioneel of fysiek afwezig was, kan God de Vader zien als een autoritaire en onbereikbare figuur, iemand die niet werkelijk toegankelijk is voor intimiteit of troost. Dit kan leiden tot een verwarring tussen het verlangen naar een perfecte, zorgzame vaderfiguur en de onbewuste overtuiging dat God op dezelfde manier afstandelijk is.
God de Zoon: Wat Mijn Ouders Niet Hebben Kunnen Doen
God de Zoon, vaak geassocieerd met Jezus Christus in het christendom, wordt gezien als een figuur die zichzelf opoffert voor de mensheid en die als bemiddelaar fungeert tussen de mens en God. Voor velen is deze figuur een belichaming van liefde, mededogen en opofferingsgezindheid. In psychologische termen zou men kunnen zeggen dat God de Zoon, zoals vaak gepresenteerd, het ideale figuur is voor mensen die verlangen naar een ouder die hen werkelijk begrijpt en zich volledig aan hen opoffert.
In veel gevallen kan dit de projectie zijn van een verlangen naar iets dat een ouderfiguur misschien niet heeft kunnen bieden. Bijvoorbeeld, iemand wiens ouders emotioneel niet beschikbaar waren of niet in staat waren om hun behoeften volledig te vervullen, kan God de Zoon ervaren als de ultieme vervulling van die gemiste zorg en aandacht. God de Zoon doet “alles voor mij,” op manieren die mijn ouders niet hebben kunnen doen, wat kan leiden tot de perceptie van Jezus als de ultieme therapeutische figuur die liefde en acceptatie biedt, terwijl de eigen ouders dat niet deden.
God de Geest: De Buikspreker van Onze Verlangens
God de Heilige Geest wordt vaak geassocieerd met de kracht van God die werkt in de wereld en in het leven van gelovigen, het biedt begeleiding, inspiratie en wijsheid. Psychologisch gezien kan de Heilige Geest worden gezien als een projectie van een innerlijke stem – een buikspreker van onze eigen diepste verlangens en onvervulde behoeften. Voor mensen die bijvoorbeeld een gebrek aan goedkeuring of erkenning van hun ouders hebben ervaren, kan de Heilige Geest fungeren als de innerlijke stem die hen geruststelt en hen vertelt wat ze als kind hadden willen horen, maar nooit hebben gehoord.
De Heilige Geest wordt misschien gezien als de bron van alle hoop en troost, de stem die hen eraan herinnert dat ze geliefd zijn, terwijl hun ouders hen deze bevestiging nooit hebben gegeven. Dit kan een bron van diepe verwarring zijn, omdat de figuur van de Heilige Geest in de traditionele theologie wordt gepresenteerd als een externe en transcendente kracht. Maar voor de persoon die deze figuur projecteert, wordt de Heilige Geest een weerspiegeling van onvervulde behoeften – de innerlijke stem van het kind dat zegt: “Ik wil gehoord worden. Ik wil dat iemand zegt dat ik genoeg ben.”
De Psychologische Achtergrond van Deze Projecties
De psychologische achtergronden van deze projecties kunnen variëren, maar ze zijn vaak geworteld in de vroegste jeugdervaringen. Het vroege hechtingsproces tussen een kind en zijn of haar ouders vormt de basis van het latere wereldbeeld en de manier waarop iemand relaties en autoriteit ervaart. Wanneer een kind niet in staat is om emotioneel vervuld te worden door ouders, kunnen zij deze onvervulde verlangens projecteren op figuren buiten hun gezin, zoals religieuze beelden van God, Jezus of de Heilige Geest.
Volgens de theorie van objectrelaties, ontwikkeld door psychoanalyticus Melanie Klein, ontwikkelen mensen hun innerlijke wereld van objecten (personen of beelden) die vaak onbewust worden geprojecteerd op externe figuren. God wordt in dit opzicht niet alleen gezien als een bovennatuurlijk wezen, maar als een object van psychologische projectie, gevormd door de interne verlangens van het individu.
De Gevaren van Deze Verwarring
De verwarring tussen theologie en psychologie kan zowel verhelderend als problematisch zijn. Enerzijds kan het helpen om religieuze concepten te begrijpen als reflecties van menselijke verlangens en behoeften, waardoor mensen zich beter bewust kunnen worden van de psychologische lagen die hun religieuze ervaringen beïnvloeden. Anderzijds kan het risico van verwarring bestaan dat religie wordt gereduceerd tot puur psychologische projecties, wat kan leiden tot een verlies van transcendentie en de diepte die religie kan bieden. Het kan ook leiden tot ontkoppeling van de oorspronkelijke spirituele betekenis van religieuze symbolen.

Kortom: De figuren van God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest kunnen diep verstrengeld raken met onze psychologische ervaringen en onvervulde verlangens. Ze kunnen worden gezien als projecties van wat we hopen dat onze ouders voor ons hadden kunnen zijn: beschermend, liefdevol en aanwezig. Deze verwarring tussen theologie en psychologie biedt een fascinerend inzicht in hoe religieuze symbolen niet alleen een spiegel zijn van het goddelijke, maar ook van de menselijk psyche. Het is echter belangrijk om deze verbinding met zorg en bewustzijn te benaderen, zodat we de kracht van religie als transcendent en spiritueel kunnen blijven ervaren, terwijl we tegelijkertijd de menselijke verlangens en gebrokenheden erkennen die onze ervaring van het goddelijke kunnen vormen.
Toegangspoort
In veel spirituele tradities wordt verdriet of lijden gezien als een weg naar innerlijke groei en verbinding met God. Het is een paradox die zowel uitdagend als bevrijdend kan zijn: dat juist door het ervaren van onze diepste pijn we de mogelijkheid kunnen vinden om dichter bij God en onszelf te komen. Toch blijft de belangrijkste vraag of en hoe we, met de steun van God, in staat zijn om ons eigen persoonlijke ontwikkelingsproces aan te gaan, ondanks het verdriet.
Verdriet als Toegangspoort tot Geloof
Verdriet, verlies en lijden zijn onvermijdelijke aspecten van het menselijke bestaan. Wanneer we geconfronteerd worden met pijn, kunnen we ons soms verloren voelen, alleen en zonder richting. Maar verdriet heeft de kracht om ons, paradoxaal genoeg, te verbinden met iets diepers. Het kan ons doen zoeken naar betekenis, naar iets dat groter is dan onszelf, en vaak is dat geloof. In veel religieuze tradities, en zeker in het christendom, wordt lijden gezien als een middel om dichter bij God te komen.
In deze context kan verdriet de toegangspoort zijn tot geloof. Wanneer we door lijden gaan, zijn we vaak het meest open voor de mogelijkheid van genezing, zowel fysiek als spiritueel. Het is in deze kwetsbaarheid dat het goddelijke kan binnenkomen en ons helpen om betekenis te vinden in het ogenschijnlijk zinloze van het lijden. We vinden vaak in deze tijden dat het geloof ons helpt om een dieper begrip van onszelf en de wereld om ons heen te ontwikkelen.
Maar het is een toegangspoort, geen verblijfplaats.
Het Persoonlijke Ontwikkelingsproces
Maar hoewel geloof ons kan ondersteunen in tijden van verdriet, kan het niet het hele proces voor ons doen. Het geloof is geen vingerknip waarmee al het leed wordt weggenomen. Het geloof biedt ons richting en kracht, maar ten diepste zal ieder individu zijn eigen persoonlijke ontwikkelingsproces moeten aangaan. Het is in dit proces dat we niet alleen hulp zoeken van buitenaf, maar ook van binnenuit: Gods licht, Gods waarheid. God, als ondersteunende en liefdevolle kracht, kan ons bijstaan, maar wij blijven verantwoordelijk voor het actief aangaan van onze eigen transformatie.
Dit betekent dat, zelfs met de steun van God, we als individuen ons verdriet moeten verwerken, onze pijn onder ogen moeten zien, en de moed moeten vinden om te groeien. Dit kan een langdurig proces zijn, waarin we confrontaties aangaan met onze eigen innerlijke demonen, onze angsten en ons lijden. Dit proces is vaak pijnlijk, maar het is noodzakelijk voor de persoonlijke transformatie die nodig is om verder te gaan. God is daarin de bodem onder ons bestaan. Hoe diep we ook gaan: Hij is daar!
De rol van God in dit proces is niet die van een magische kracht die onze problemen onmiddellijk oplost, maar eerder die van een ondersteunende aanwezigheid. God kan ons de kracht en het geduld geven om onszelf te genezen, maar het blijft aan ons om actief de stappen te zetten richting zelfbewustzijn en groei. Dit kan inhouden dat we moeilijke gesprekken met onszelf voeren, dat we oude pijn verwerken, of dat we onszelf vergeven voor fouten uit het verleden.
De Dialoog Tussen God en Zelf
De relatie tussen geloof en persoonlijke ontwikkeling is dus een dialoog. Aan de ene kant is er de steun van God, die ons liefdevol begeleidt en kracht geeft in tijden van zwakte. Aan de andere kant is er de persoonlijke verantwoordelijkheid voor het eigen genezingsproces. God kan ons steunen, maar wij moeten ook actief onze innerlijke kracht en wijsheid aansteken om door te gaan en te groeien. In de christelijke traditie wordt gesproken over de “begeleiding van de Heilige Geest” – een stille, innerlijke stem die ons helpt navigeren door ons eigen ontwikkelingsproces, die ons aanspoort tot zelfreflectie en verandering. Die ons de juiste mensen op ons pad brengt. Die ons net dat woord, die tekst te binnenbrengt.
Dit vraagt van ons om een openhartige benadering van ons eigen verdriet. Verdriet kan ons, wanneer we het niet onderdrukken of ontkennen, helpen om dieper te graven in ons eigen wezen en onszelf op een authentieke manier te leren kennen. Het kan ons ook dichter bij God brengen, maar altijd in de wetenschap dat geloof ons niet automatisch ontslaat van de werkelijke taak om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor ons eigen genezingsproces.
Het Samenspel van God en de ontwikkeling van het Ware Zelf
Uiteindelijk is het mogelijk dat verdriet zowel de toegangspoort tot geloof is als een stimulans voor persoonlijke transformatie. Het is de ervaring van pijn die ons aanmoedigt om onszelf opnieuw uit te vinden, te zoeken naar betekenis, en ons geloof te verdiepen. Tegelijkertijd moeten we niet vergeten dat de echte groei plaatsvindt in de actieve deelname aan ons eigen ontwikkelingsproces. Dit is waar de ware kracht van geloof zich manifesteert: niet in passief wachten op redding, maar in actief samenwerken met God om onze eigen heling en transformatie te realiseren.
God is niet slechts een redder van buitenaf, maar een innerlijke kracht die ons helpt om onszelf te helen. Met deze kracht kunnen we ons verdriet begrijpen, verwerken en uiteindelijk transformeren, zodat we niet langer gevangen zitten in onze pijn, maar verder kunnen groeien. God, in zijn of haar meest liefdevolle vorm, biedt ons de gelegenheid om met onszelf en ons verdriet in gesprek te gaan, zodat we, met zijn steun, ons eigen persoonlijke ontwikkelingsproces kunnen aangaan en tot bloei kunnen komen.
Deze benadering herinnert ons eraan dat geloof niet alleen een externe kracht is, maar iets wat van binnenuit werkt, een kracht die ons in staat stelt om onze eigen reis van persoonlijke transformatie te maken. In dit proces is zowel de aanwezigheid van het goddelijke als de actieve keuze van het individu essentieel voor groei en heling.
Bijbelverhalen als wegen naar groei
Er zijn tal van verhalen in de Bijbel die de thema’s van lijden, verdriet, persoonlijke groei en de steun van God op een diepere en meer persoonlijke manier illustreren. Verhalen in de Bijbel zijn vaak krachtig omdat ze niet alleen abstracte principes overdragen, maar ook levensechte ervaringen van mensen die door lijden gaan en hun geloof en persoonlijke ontwikkeling vinden in de confrontatie met pijn en verlies. Deze verhalen geven ons voorbeelden van hoe mensen in het verleden omgingen met verdriet en hoe God hen steunde, wat ons kan inspireren en begeleiden in ons eigen proces van groei en genezing.
Hier zijn enkele bijbelse verhalen die deze concepten verder onderbouwen. De meeste verhalen gaan over gezinsproblematiek (met de vader of moeder, met broers en zussen).
Jakob: Het Worstelen met God en de Transformatie
Het verhaal van Jakob is te vinden in Genesis 25-33. Jakob was de tweede zoon van Isaak en Rebekka, en hoewel hij het recht van eerstgeboorte niet bezat, streed hij er gedurende zijn leven vaak voor om de zegeningen en rechten van de oudste zoon te verkrijgen. Hij erkent zijn eigen plek niet. Hij bedriegt zijn broer Esau. Hij bedriegt zijn vader Izak. Door dit bedrog ontvlucht hij naar zijn oom Laban. Daar ondergaat Jakob vele jaren van lijden en beproevingen, waarbij hij op verschillende manieren wordt bedrogen (!) en geconfronteerd wordt met zijn eigen zwaktes en fouten.
Het hoogtepunt van Jakob’s verhaal, dat een essentieel moment in zijn persoonlijke ontwikkeling markeert, komt wanneer hij op de terugweg is naar zijn familie na een lange periode van uitweiding en conflict. Dit moment vindt plaats in Genesis 32, wanneer hij ‘s nachts alleen is en wordt geconfronteerd door een mysterieuze man (die later geïdentificeerd wordt als een engel of God zelf). Dit wordt het beroemde verhaal van Jakob die met God worstelt.
Genesis 32:24-30 – Het Worstelen met God
Jakob komt op een bepaald moment in zijn leven tot een diep persoonlijk conflict, wat zowel een fysieke als een geestelijke strijd wordt. In Genesis 32:24 staat:
“Jakob bleef alleen over, en een man worstelde met hem totdat de dageraad aanbrak.”
Deze nachtelijke worsteling is symbolisch voor Jakob’s innerlijke strijd. Hij worstelt niet alleen met de mysterieuze man, maar ook met zijn eigen verleden, zijn onzekerheden, zijn angsten, en zijn verlangen naar zegen. De worsteling duurt de hele nacht en is een dramatisch moment van persoonlijke confrontatie en verandering. Het is een soort symbolische “worsteling” met zijn eigen identiteit, met God en met zijn leven tot dat moment.
In Genesis 32:26 zegt de man (die later door Jakob wordt herkend als God) tegen Jakob:
“Laat mij gaan, want de dageraad breekt aan.” Maar Jakob antwoordde: ‘Ik laat U niet gaan, tenzij U mij zegent.’”
Jakob is vastberaden om niet los te laten, ondanks dat hij gewond is (de man raakt zijn heup, waardoor Jakob de rest van zijn leven mank zal lopen). Dit is een teken van hoe diep Jakob’s verlangen is om zegen en verandering te ontvangen. Het moment van worstelen met God is dus niet alleen een fysiek gevecht, maar ook een geestelijke strijd: het is een confrontatie met zijn eigen tekortkomingen, zonden en verlangens.
De Zegen en de Nieuwe Naam: Israëls Geboorte
Na deze worsteling ontvangt Jakob niet alleen een zegen, maar ook een nieuwe naam. In Genesis 32:28 zegt de man tegen Jakob:
“Je naam zal niet meer Jakob zijn, maar Israël, omdat je hebt gestreden met God en met mensen, en hebt overwonnen.”
Dit moment markeert de diepgaande verandering in Jakob’s leven. Zijn naam, die “bedrieger” of “usurpator” betekent (iemand die de plek van een ander in beslag neemt), wordt veranderd naar Israël, wat “die met God worstelt” of “God is sterker” betekent. De naam Israël wordt een symbool van zijn transformatie en het begin van een nieuw hoofdstuk in zijn leven. Het is een moment van verzoening met zichzelf, met God, en met zijn verleden.
De Betekenis van de Worsteling: Persoonlijke Groeiprocessen en Gods Steun
Jakob’s worsteling met God is een krachtige metafoor voor persoonlijke groei. Het is een moment waarin Jakob letterlijk en figuurlijk geconfronteerd wordt met zijn zwakheden en worstelingen. Het is een proces van zelfontdekking en verandering, maar ook van diepe afhankelijkheid van God. Ondanks dat Jakob gewond raakt, krijgt hij de zegen die hij zocht. Dit laat zien dat echte zegen niet altijd zonder pijn of strijd komt, maar dat deze pijn juist kan leiden tot transformatie en dieper inzicht.
De worsteling van Jakob toont ook aan dat God bereid is om met ons te “worstelen” in onze momenten van twijfel, angst en lijden. God is niet een verre kracht die ons alleen laat met ons verdriet, maar Hij komt dicht bij ons en geeft ons de ruimte om ons met Hem te verzoenen, onze worstelingen aan te gaan en ons zelfbeeld te vernieuwen. Het is in deze worstelingen dat we onszelf kunnen laten veranderen, kunnen groeien en uiteindelijk de zegen ontvangen die we nodig hebben om verder te gaan in ons leven.
Jakob’s Transformatie en Zijn Nieuwe Identiteit
De verandering van naam van Jakob naar Israël symboliseert een diepgaande transformatie. Nadat Jakob met God heeft geworsteld en Zijn zegen heeft ontvangen, wordt hij een nieuw persoon. Deze nieuwe naam markeert het begin van een nieuw leven. Als Israël wordt Jakob de stamvader van het volk Israël, dat door de Bijbel heen het volk wordt dat in een speciale relatie met God staat. Deze transformatie is dus niet alleen persoonlijk voor Jakob, maar heeft ook een bredere betekenis voor het toekomstige volk van God.
Jakob’s verhaal herinnert ons eraan dat, hoewel het pad van persoonlijke transformatie vaak door lijden en worsteling gaat, deze momenten van worstelen ons kunnen leiden naar diepe zegen en een hernieuwde relatie met God. Net als bij Jakob kunnen wij, door het doorstaan van onze eigen innerlijke en uiterlijke strijd, een nieuwe identiteit ontvangen en dichter bij God komen.
Jozef: Van Lijden naar Vergeving en Verzoening
Het verhaal van Jozef (Genesis 37-45) is een van de krachtigste voorbeelden van hoe verdriet en lijden kunnen leiden tot spirituele groei en uiteindelijke verzoening. Jozef werd door zijn broers verkocht als slaaf, verraden door zijn eigen familie, en doorliep vele jaren van lijden en eenzaamheid. Hij werd onterecht beschuldigd, gevangen gezet en ontmoette enorme tegenspoed.
Het verhaal van Jozef is niet alleen een verhaal van lijden, maar ook van ontwikkeling. Gedurende zijn ontberingen leerde Jozef geduld, wijsheid en hoe hij uiteindelijk kon vergeven. Het is pas na zijn ervaringen van lijden dat hij in staat is om zijn broers te vergeven en met hen te verzoenen. Dit is een krachtige illustratie van hoe God het lijden kan gebruiken om ons te vormen, ons karakter te ontwikkelen en ons in staat te stellen tot vergeving en herstel.
In Genesis 50:20 zegt Jozef tegen zijn broers, wanneer ze zich verontschuldigen voor hun daden: “Jullie hadden wel kwaad tegen mij bedacht, maar God heeft het ten goede gekeerd…” Dit is een belangrijk moment van inzicht: Jozef erkent dat God zelfs het kwaad dat hem werd aangedaan, heeft gebruikt voor een hoger doel. Dit toont de transformatie van lijden naar genezing, niet alleen voor Jozef, maar ook voor zijn familie.